Kinderwens De Brug

“Terug naar de baarmoeder”, verhalen uit de Cranio praktijk.

Ze kijkt me vanaf de andere kant van de tafel vertwijfeld aan. “Ik begrijp niet waarom ik nog steeds zoveel angst heb en zo bang ben voor de angst”, vertelt ze me.    “Ik zou zo graag niet bang zijn voor de angst en geen verlatingsangst hebben en graag zoveel meer kracht hebben dan ik nu heb”. Ik zie dat ze het meent en voel zoveel compassie voor haar; ze is al zo’n lange weg gegaan door haar verdriet te beleven, door nu goed voor zichzelf te gaan zorgen, haar dagboek bij te houden en veel op te schrijven wat ik haar leer en aanreik. Ze is een spons die alles opneemt, maar nog steeds niet waar ze zo graag naar toe wil; een gelukkig en onafhankelijk leven.

Ik stel voor om te zoeken naar haar kracht en een positief anker aan te leggen; een moment zoeken in je geschiedenis waarop je je blij, gelukkig, krachtig voelde zodat je hier weer naar terug kan gaan op het moment dat het even tegen zit.

“Dat vindt ik wel een goed idee”, zegt ze blij, “maar hoe gaat dat dan?” vraagt ze.

“Jij gaat op de bank zitten en ik leg dan mijn hand op je borst, op de plaats onder je sleutelbeen, met mijn andere hand op je rug. Dan ga ik naast je staan en vraag ik je terug te gaan naar een periode in je leven dat je je fijn, krachtig en sterk voelde” , vertel ik haar, “daarna sluit je je ogen en ga je voelen of je lijf een bepaalde kant op wil bewegen. Soms krijg je dan beelden of een herinnering uit je jeugd of voel je alleen een emotie bijvoorbeeld”.

“Prima, het lijkt me een goed plan”, en ze gaat op de bank zitten. Ik ga naast haar staan en leg mijn handen op haar lichaam. Haar lichaam gaat bewegen en na een poosje vraag ik wat ze voelt en waar ze is. “Het lijkt wel alsof ik in de golven dobber , ik lig hier heerlijk te drijven” vertelt ze terwijl ze half over de bank hangt. Ik stel voor gewoon dat ze op de bank gaat liggen, wel zo comfortabel voor haar en voor mijn handen die haar nog steeds vasthouden.

“Waar ben je nu”, vraag ik als ze ligt. “Het lijkt wel alsof ik in de baarmoeder lig, het is hier heerlijk. Ik voel me erg vredig en geliefd”. “Het is hier heel rustig en ik voel me erg fijn; ik hoef hier alleen maar te zijn”, vertelt ze verder. “Hoe oud ben je?”, vraag ik. Vaak hebben mensen wel een idee hoe oud ze zijn als ze zo’n regressie meemaken. “Een maand of 7”, antwoord ze. “En ik hoef hier alleen maar te zijn, ik heb genoeg ruimte, ik heb zelfs ruimte over”, merkt ze op. “Ik besef opeens dat ik nooit veel ruimte heb ingenomen maar dat ik dat ook niet wilde, de ruimte die ik heb ingenomen was gewoon genoeg”.

En met dat besef stapt ze van de bank af en weer in de realiteit. Ze zegt later dat ze altijd een rustige baby is geweest en weinig ruimte nodig had. Dit paste ook bij haar. “Mijn mantra is nu; “ik mag zoveel ruimte innemen als bij me past” . Dit besef gaf haar zoveel ruimte; weten dat je je niet anders hoeft voor te doen dan je bent, al heb je daar soms gewoon last van. Maar zo’n besef geeft ook lucht: dit ben ik gewoon, en zo zit ik nu eenmaal in elkaar.